Faalangst bij kinderen & jeugdigen

Behandeling en diagnostiek

Faalangst bij kinderen & jeugdigen

Angststoornissen zijn internaliserende stoornissen. Vooral het kind of jeudigde zelf heeft er last van en 'lijdt vaak in stilte'. Angststoornissen komen, in verhouding tot andere psychische problemen, relatief vaak voor bij kinderen, jeugdigen en adolescenten. Bij alle kinderen maakt angst deel uit van de normale ontwikkeling. Echter, bij sommige kinderen past het 'angstbeeld' niet meer bij de leeftijd van het kind of de omvang van de angst is dusdanig afwijkend, dat deze angststoornis de verdere ontwikkeling van een kind negatief gaat beinvloeden. In deze gevallen is het noodzakelijk dat kinderen begeleiding of behandeling krijgen om deze angst te reduceren.

Onderscheid faalangst

Er zijn verschillende typen angsstoornissen en er is een duidelijk verband tussen (faal)angst bij jonge kinderen en depressies bij wat oudere kinderen en volwassen. Een reden temeer om tijdig aandacht te hebben voor deze problematiek en passende begeleiding te zoeken.

Er wordt globaal onderscheid gemaakt tussen faalangst voor cognitieve taken zoals proefwerken op school en voor sociale taken zoals een spreekbeurt houden voor de groep of iets vertellen in de kring. Ook kan een kind faalangst hebben voor motorische taken zoals gymles of de sportclub, maar ook een activiteit bij handvaardigheid valt hieronder. Bijna een op de tien kinderen heeft last van een vorm of combinatie van vormen van faalangst.

Als je kind faalangstig is, kan het last hebben van de volgende klachten:

Lichamelijke klachten:

  • hoofdpijn
  • maag- of darmklachten (diarree, braken)
  • hartkloppingen, heel zenuwachtig zijn voordat hij of zij een presentatie moet geven
  • zweten, rode vlekken, droge mond
  • slaapproblemen, met name voor een toets
  • hyperventilatie
  • nagelbijten

Negatief denken:

  • presteert onder zijn kunnen en denkt dat anderen beter zijn
  • heeft vaak een negatief zelfbeeld en denkt dat anderen beter zijn
  • complimenten komen niet goed over
  • veel piekeren

Emotionele problemen:

  • verlegen, bescheiden
  • gesloten of juist heel druk gedrag (de clown uithangen)
  • liegen, smoezen verzinnen
  • boos, opstandig

Oorzaken faalangst

De grootste oorzaak van faalangst is dat de angst is om de waardering van leraren, klasgenoten en ouders te verliezen. Hierdoor wordt de druk te groot, ‘het moet nu perfect gaan’ en blokkeren kinderen waardoor ze een black-out krijgen op het belangrijkste moment. Ze durven geen taken meer te doen en gaan geen nieuwe en moeilijke werkjes aan. Ook komt het voor dat ze veel te hard gaan werken, waardoor ze gespannen raken en de kennis weer kwijt raken omdat hun hoofd overvol zit.

Bevestiging dat iets lukt, is voor iedereen heel belangrijk en geeft een trots gevoel. Ook helpt het om een goed zelfbeeld vast te houden, een goed gevoel over jezelf. Het gevoel dat iets niet lukt kan leiden tot schaamte en kwaadheid en dit is juist niet goed voor het zelfbeeld. Deze gevoelens kunnen leiden tot machteloosheid en die machteloosheid kan weer leiden tot een gevoel van ‘laat maar zitten’ of ‘ik begin er maar niet meer aan, het lukt toch niet’. Dat werkt averechts en boosheid/frustratie veroorzaakt soms agressief gedrag en daardoor raakt een kind nog verder in de problemen.

En door nieuwe situaties uit de weg te gaan, merk je niet dat het de volgende keer beter gaat als je het blijft proberen!

Faalangst zorgt ook voor stress. De gedachten ‘het lukt niet, ik kan het toch niet’, werkt niet ontspannend en de druk om te presteren wordt zo steeds hoger. Maar juist met veel stress werken de hersenen niet goed en wordt de kans dat het niet lukt ook steeds groter. Zo ben je dus weer terug bij af. Ontspanning is de beste manier om uit dit patroon te komen.

Typen faalangst

Er zijn verschillende typen faalangst:

Prestatietype

Het kind is alleen maar bezig met presteren. Hij voelt zich pas goed als hij een goed cijfer heeft gehaald, wanneer dit niet lukt is hij dus ongelukkig. Ook thuis wil het kind hard leren en besteed veel tijd aan zijn huiswerk. De instelling van het kind is dat het een tien moet halen, waardoor hij veel leert, veel overhoort en daarop weer veel leert. Deze instelling is slopend voor een kind. Zeker als het naar het voortgezet onderwijs moet.

Twijfeltype

Het kind vertelt steeds dat hij het werk niet snapt of niet aankan. Alles is veel te moeilijk en hij zucht en steunt veel. Als hij iets niet meteen weet is dat een bevestiging voor het feit dat hij ook nooit wat weet. Deze kinderen willen liever niet naar school, omdat dit juist de plek is waar zoveel angst is, die plek willen ze vermijden.

Overafhankelijke type

Dit kind leunt sterk op de leerkracht. Als de uitleg net geweest is, vraagt hij gelijk weer om uitleg. Als het niet lukt komt dat niet door hemzelf, maar geeft hij direct anderen de schuld. Zo'n kind kan met de leerkracht in een discussie gaan over een fout. Maar ook als het wel goed gaat, ligt dat aan de ander. Zo kunnen zij alleen goed presteren bij een bepaalde leerkracht en dit kan (vooral bij de leerkracht) irritaties opwekken. Deze kinderen weigeren om te denken, omdat ze niet vertrouwen op hun eigen denken.

Overonafhankelijke type

Deze kinderen vragen juist niet om hulp, dat vinden ze vernederend. Deze kinderen willen bewijzen dat ze het wel kunnen, al lukt dat hen niet. De leerkracht voelt zich bij dit kind meestal ongemakkelijk omdat hij niet mag helpen en kan hier ook niet op ingrijpen. Soms wordt het het kind teveel en kan dan ontploffen door bijvoorbeeld zijn werk neer te gooien.

Isolatietype

Dit kind is erg zorgelijk en heeft de moed opgegeven. Hij vraagt zich af waarom hij überhaupt nog moet presteren, want als hij moet presteren wordt hij alleen maar bang. Als hij niet meer presteert, hoeft hij in ieder geval die angst niet meer te voelen. Het slechte cijfer dat dan gehaald wordt neemt hij op de koop toe. Deze problemen komen meestal voort uit een ander type faalangst en worden vaak verward met motivatieproblemen.

Opzet onderzoek faalangst

Om een goed beeld te krijgen van de problematiek van uw kind, zal er een (telefonisch en/of persoonlijk) intakegesprek plaatsvinden waarin de ontwikkeling van uw kind aan bod komt en er uitgebreid op de reden van aanmelding wordt ingegaan. Aan de hand van dit gesprek zal de orthopedagoog/psycholoog bepalen welke tests en vragenlijsten er afgenomen zullen worden. Het zal dus een onderzoek op maat zijn, maar in elk geval zal er een onderzoeksmoment met uw kind plaatvinden waarin tests gedaan worden en vragenlijsten worden afgenomen. Ook is het waarschijnlijk dat u als ouders gevraagd wordt vragenlijsten over uw kind in te vullen en dat u vragenlijsten meekrijgt voor de leerkracht van uw kind. Er kan tevens voor gekozen worden uw kind in de klas te gaan observeren.

Begeleidingsmogelijkheden

De uitslag van het onderzoek zal met u besproken worden en u ontvangt een onderzoeksverslag. De orthopedagoog/psycholoog zal met u bespreken welke mogelijkheden ECLG biedt om uw kind en u als ouder(s) verder te begeleiden.

Meer informatie

Voor meer informatie of het maken van een afspraak kunt u een e-mail sturen naar mevr. Daniëlle Wolfs, d.wolfs@eclg.nl. of bellen naar 085 - 877 16 73.