i-BCB programma

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor breinwetenschap waarin wordt gekeken naar de ontwikkeling van het brein in relatie tot gedrag en cognitie. Terecht, want het brein stuurt aan, controleert en reguleert ons gedrag en onze emoties. Hier zijn vele processen bij betrokken, vaak geschaard onder het begrip ‘executieve functies’. De executieve functies zijn cognitieve processen die nodig zijn voor doelgericht, efficiënt en sociaal aangepast gedrag. Ze zorgen voor controle, sturing en regulering van onze emoties en ons gedrag en zijn hiermee een belangrijke pijler voor schools maar ook maatschappelijk succes.

Belangrijke executieve functies

Belangrijke executieve functies zijn bijvoorbeeld de impulscontrole, de emotieregulatie en het werkgeheugen. Om je op instructie of taken te kunnen richten is het belangrijk dat je je impulsen beheerst en niet steeds afgeleid raakt door interne of externe prikkels. Maar ook in het sociale verkeer is het belangrijk dat je niet zomaar roept of doet wat in je op komt, de ander laat uitspreken en een beetje grip op je emoties toont. Het is niet efficiënt om bij de minste vorm van frustratie boos te worden en/of het bijltje er stampvoetend bij neer te gooien. Om je activiteiten te plannen en zelfstandig taken te kunnen uitvoeren heb je onder andere je werkgeheugen nodig. Ook is het goed om zaken van een afstandje te kunnen bekijken, situaties te overzien en op jezelf te kunnen reflecteren. Ook wel metacognitie genoemd. Zo bezien kun je je voorstellen dat gebrekkige executieve functies op meerdere domeinen voor problemen kunnen zorgen en dat voor succes meer nodig is dan alleen een goede intelligentie. Sterker nog, de executieve functies zijn een betere voorspeller van schoolsucces dan intelligentie. Je kunt wel een hoog IQ hebben, maar als je wordt afgeleid door elke prikkel in de klas, dan is zelfstandig werken en leren toch erg lastig.

Lerend brein

Het fundament voor de executieve functies wordt voor de geboorte gelegd. Executieve functies zijn aangeboren, maar ontwikkelen zich door tot in de adolescentie. En omdat wij over een ‘lerend brein’ beschikken, is het mogelijk deze ontwikkeling te stimuleren en de executieve vaardigheden te trainen. Aan deze training zijn wel voorwaarden verbonden.

Onderzoek heeft aangetoond dat het trainen van bijvoorbeeld het werkgeheugen door een computerspel te spelen er weliswaar voor zorgt dat het werkgeheugen voor dat specifieke spel verbetert, maar het doet weinig voor het werkgeheugen in het algemeen. Bij training van de executieve functies is het vooral belangrijk om de transfer te maken naar de alledaagse praktijk: hoe kun je de strategieën die je gebruikt bij het verbeteren van je resultaten op het computerspel inzetten bij het leren van bijvoorbeeld topografie of het inpakken van je voetbaltas.

Belang van een integratieve training c.q. aanpak

Bovenstaande laat het belang zien van de 'i' in ons i-BCB programma. i-BCB staat voor Integrative Brain Cognition & Behaviour programme, een integratieve training die bestaat uit verschillende modules om de executieve vaardigheden van kinderen en jongeren te versterken. Integratief omdat de training uit verschillende onderdelen bestaat: er is een online platform waar leerlingen op een speelse manier de verschillende executieve vaardigheden oefenen gekoppeld aan een face-to-face training om de transfer naar de dagelijkse praktijk te bewerkstelligen. Hierbij worden ook school en ouders betrokken. Maar ook integratief omdat er verschillende executieve functies geïdentificeerd kunnen worden, die los van elkaar kunnen staan maar wel deel uitmaken van hetzelfde executieve systeem en dus samenhang hebben. Binnen het i-BCB programma kunnen de verschillende modules dan ook worden gecombineerd.

Versterken van de executieve functies

Hoe nauwkeuriger de executieve functies omschreven kunnen worden, hoe beter we in staat zijn interventies te ontwikkelen die de executieve functies versterken. De indeling van de executieve functies kan per wetenschapper of auteur wat verschillen, maar over het algemeen is er consensus over de volgende belangrijke functies:

  • Gedragsinitiatie: starten en stoppen met gedrag.
  • Taakinitiatie: starten en stoppen met een taak.
  • Respons-Inhibitie: impulsremming.
  • Aandachtfuncties: concentratie, volgehouden aandacht.
  • Flexibiliteit: wisselen tussen gedragingen. Flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag.
  • Plannen: sturen en prioriteren van handelingen.
  • Organisatie: het ontwikkelen en onderhouden van een handig systeem.
  • Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen.
  • Kiezen en beslissen: overzien van (korte en lange termijn) consequenties.
  • Doelgericht gedrag/doelgericht doorzettingsvermogen.
  • Werkgeheugen: geleerde vaardigheden of ervaringen toepassen in een actuele of toekomstige situatie.
  • Emotieregulatie: gedrag en emoties kunnen controleren om doelen te realiseren of taken te voltooien.
  • Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren: ‘Wat wil ik?’, ‘Waar ben ik?’, ‘Heb ik het goed gedaan?’, ‘Wat zou de beste aanpak zijn?’, ‘Ik ga dit nu anders aanpakken’.

Voorspelbare patronen

Gelukkig beschikken de meeste kinderen over een reeks sterke executieve functies en slechts over een aantal zwakke. Als je sterk bent in bepaalde vaardigheden, ben je vaak minder sterk in andere vaardigheden. Dergelijke patronen zijn zelfs voorspelbaar. Zo zien we dat kinderen met ADHD vaak moeite hebben met de responsinhibitie, de aandachtsfuncties en het werkgeheugen. Kinderen met ASS laten vaak problemen zien in de emotieregulatie, de flexibiliteit en de metacognitie. Op basis van praktijkervaring heeft ECLG verschillende kindprofielen opgesteld, waaraan binnen het i-BCB programma de specifieke executieve functies worden gekoppeld en getraind:

  • Het angstige kind
  • Het dromerige kind
  • Het explosieve kind
  • Het gestreste kind
  • Het impulsieve kind
  • Het nonchalante kind
  • Het sensitieve kind
  • Het verstrooide kind

Metacognitie en doorzettigsvermogen

Naast de specifieke executieve functies die bij het kindprofiel horen, is er bij alle profielen aandacht voor metacognitie en doorzettingsvermogen. De kindprofielen geven richting aan de aanpak van de geconstateerde problemen, maar binnen de profielen is er ruimte voor individuele verschillen en kindkenmerken. Per kind wordt gekeken aan welke executieve functies gewerkt moet worden en de interventies zijn afhankelijk van leeftijd, ontwikkelingsniveau en de zwakke, maar ook de sterke kanten van het kind. De sterke punten van het kind worden ingezet om de zwakke punten aan te pakken. Daarvoor wordt voor elk kind gezocht naar de meest geschikte strategie om de benodigde vaardigheden op te bouwen om anders te denken of zich anders te gedragen, of de omgeving zo te manipuleren dat ze de problemen kunnen minimaliseren of voorkomen. Door te werken met modules en kindprofielen is de i-BCB training geschikt voor een brede doelgroep en kan het worden ingezet voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis als ASS of ADHD, maar ook bij kinderen met gedrags- of emotionele problemen en kinderen die een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken.

Onderdelen i-BCB programma

ECLG biedt het i-BCB programma ook als ‘train de trainer’ voor bijvoorbeeld de IB-er of gedragsspecialist op school. Het programma is ook toegankelijk voor psychologen, orthopedagogen, en specifieke onderdelen ook voor logopedisten en kindercoaches. Het i-BCB programma is momenteel volop in ontwikkeling, met name de online applicaties en softwareprogramma's die aan de diverse modules gekoppeld zullen worden. Op dit moment zijn onderstaande modules beschikbaar:

  • i-BCB Emotieregulatie
  • i-BCB werkgeheugentraining
  • i-BCB Beelddenktraining
  • i-BCB mindsettraining

Binnenkort wordt ook de i-BCB Inhibitie module uitgerold.